Naar hoofdinhoud springen
Wayloha

Filipijnen

Tussen de eilanden en de rijstterrassen

De boot tuft langzaam weg van de kade. Je zit naast een Filippijnse familie die bananenbread uitpakt, de zon brandt op je schouders, en ergens voor je uit wachten 7.641 eilanden. September is nat seizoen hier, maar de toeristen zijn weg, de prijzen laag, en je bent eindelijk alleen.

6 september 2026 · Wayloha-redactie · 3 bronnen

Philippines

De markt als eerste les

Je staat pal voor de grill waar een vrouw in een rood schort bamboe­stokjes met vlees aan het omdraaien is. Een barbecue­spiesje kost je misschien twee euro. Ernaast maakt iemand halo-halo: ijs, zoete bonen, mais, stroop, alles in één kom. Nog goedkoper. Je kijkt rond en ziet geen toeristen, alleen schooljongens, moeder­tjes, bouwvakkers - iedereen hier eet hetzelfde als jij. De straat­food in de Filipijnen is niet aangedikt voor buitenlanders; het is gewoon wat mensen eten als ze honger hebben. Een banana cue (gebakken banaan met bruine suiker) is drie happen en klaar. Deze markt­bezoeken kosten bijna niets en zijn de beste manier om te voelen waar je bent.

Op Paliton Beach kom je echt tot rust - wit zand, water dat je je voeten kunt zien, en verder niets.
Filipijnen

Siquijor en de klif van tien meter

Je bootman heet Ruben en hij kent elke inham van Siquijor. Het eiland ligt vlak onder Cebu en voelt vergeten - geen grote resorts, geen toeristenstromen. Paliton Beach is een halve maanvormige baai met zand dat echt wit is en water zo helder dat je er bang van wordt. Je loopt er minstens twee uur rond zonder iemand tegen te komen.

Bij Salagdoong Beach Resort, vijf kilometer verderop, staat een rotsformatie waar je van tien meter hoog in zee kunt springen. Het is niet eng tot je aan de rand staat. Dan wel. Het water eronder is echt diep en echt blauw, en zodra je valt voelt alles voorbij - de vlucht naar beneden duurt twee seconden, de klap veel korter. Iedere vrijwilliger die dit doet, staat daarna vijf minuten te hijgen van het adrenaline.

Sfeerbeeld Filipijnen
Sfeer · Filipijnen

Onder water: eilandhopjes en koraalriffen

Een eilandhopje kost tussen de twintig en honderd dollar per boot. Dat klinkt duur tot je beseft dat je de hele dag op zee bent, dat Ruben je naar vijf eilanden brengt waar haast niemand is, en dat je vrijwel alles zelf mag bepalen. Je gaat niet naar de bekende spots; je gaat waar hij weet dat de schildpadden zitten.

De zee hier is zo vol dat je geen duikles nodig hebt om iets te zien. Je snorkel wat rond en daar zijn ze al: zee­schildpadden die rustig hun gang gaan, koraalriffen in paars en geel, vissen in groepen zo dicht opeen dat ze als één wolk beweging lijken. In het droge seizoen (december tot mei) is de zichtbaarheid beter, maar in september zie je genoeg. Het water is warm, tot je enkels zie je de bodem, en je vergeet dat je adem in je mondstuk gaat.

Sfeerbeeld Filipijnen
Sfeer · Filipijnen

De rijstterrassen in het groen

Dan verlaat je de kust en rijd je landinwaarts, hoger en hoger. Het landschap verandert van zout en zand naar regen en groen. De rijstterrassen liggen als een trap tegen de berghellingen, elk veld even groot, elk veld een ander groen. In september staat het water erin en reflecteert de lucht. Het voelt als je loopt in een schilderij.

Dit is waar je voelt wat groot is aan de Filipijnen: niet alleen de zee, ook het land erachter. Een lokale gids brengt je langs de velden, door kleine dorpen waar je tussen de oogst door loopt, langs huizen waar kinderen je groeten. Je eet rijst die vanuit dit veld komt. Je snapt ineens waarom mensen hier blijven, waarom ze niet weg willen, waarom ze elke dag de trap op en af lopen voor dit groen.

Sfeerbeeld Filipijnen
Sfeer · Filipijnen